DELFTPAINT

Nederlandse tegelschilderingen uit de 17de tot en met de 19de eeuw in de collecties van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis
Een Hollands landschap, een interieurscène of een ‘chinoiserie’, niet geschilderd op doek maar op aardewerk. Vanaf de jaren 1640 vervaardigen de Delftse plateelbakkerijen kleine schilderijen op faience, bedoeld om in te lijsten en net als schilderijen aan de muur te hangen. In de 19de eeuw werden sommige stukken zelfs toegeschreven aan Vermeer of Jan Steen.
Deze zogenaamde porceleyne schilderijen zijn tot dusver weinig onderzocht. De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) bewaren een belangrijke collectie, die grotendeels afkomstig is uit het legaat van verzamelaar Albert Evenepoel uit 1911.
Het project DELFTPAINT onderzoekt deze objecten vanuit de kunstgeschiedenis, de geschiedenis, het technisch onderzoek en de fysisch-chemische analyse. Zo wil het beter begrijpen hoe, door wie en voor wie deze voorwerpen, op de grens tussen kunst en ambacht, werden vervaardigd, gebruikt en verspreid, en hoe ze later verzamelobjecten werden.
In het kort
- Looptijd: 1 januari 2026 – 31 december 2029
- Corpus: 150 platen en verwante objecten uit de collectie van de KMKG, vergeleken met stukken uit andere Europese collecties, waaronder het Rijksmuseum in Amsterdam, Kunstmuseum Den Haag, het Victoria and Albert Museum in Londen en het Musée des Arts décoratifs in Parijs.
- Team: Dr. Valérie Montens en Eliot Duran (KMKG), in samenwerking met onderzoekers van de KU Leuven.
- Partner: Museum Prinsenhof Delft.
Schilderijen op faience
Beschilderde faienceplaten verschijnen rond 1640 in de Republiek der Verenigde Nederlanden, tijdens de Gouden Eeuw. In deze periode beleven de schilderkunst, tekenkunst en prentkunst een uitzonderlijke bloei, terwijl de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) grote hoeveelheden Aziatisch porselein invoert.
De platen worden voornamelijk in Delft geproduceerd, maar ook in tegelbakkerijen in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Ze worden vervaardigd uit gebakken klei, bedekt met een wit tinglazuur dat het uitzicht van porselein nabootst, en vervolgens beschilderd in kobaltblauw of in verschillende kleuren. Een dunne, transparante loodglazuurlaag, bekend als kwaart, geeft het oppervlak extra glans.
In tegenstelling tot tegelpanelen, die veel beter bekend zijn, worden deze platen uit één stuk gevormd en ontworpen als zelfstandige schilderijen. In de 17de eeuw gaat het voornamelijk om grote, vlakke platen, die aan de voorzijde en soms ook aan de achterzijde geglazuurd zijn en bedoeld zijn om in een lijst te worden geplaatst. In de 18de eeuw verschijnen platen met een geschulpte of geprofileerde omtrek, waarvan de in reliëf uitgewerkte rand als een geïntegreerde lijst fungeert. Afgeschuinde randen, ophanggaten en geglazuurde achterzijden bieden aanwijzingen over de manier waarop de platen werden gepresenteerd en gebruikt.
De iconografie is bijzonder gevarieerd: landschappen en zeegezichten, interieurscènes, religieuze, allegorische en historische voorstellingen, maar ook de toen populaire chinoiserieën. De decoraties zijn vaak gebaseerd op prenten, die op hun beurt werden gemaakt naar schilderijen of tekeningen van bekende en anonieme kunstenaars. Ook geïllustreerde boeken en modelboeken dienden als inspiratiebron. De schilders van deze platen zijn meestal anoniem gebleven. Enkele namen zijn wel bekend, zoals die van Frederik van Frytom, die talrijke landschappen in blauw camaïeu schilderde.
Een nog weinig onderzocht corpus
In de 19de eeuw beweerde de liefhebber en auteur Auguste Demmin dat Jan Steen, Willem van de Velde en zelfs Vermeer op faience hadden geschilderd. Kunsthistoricus Henry Havard weerlegde deze toeschrijvingen al snel, maar de belangstelling voor de platen was gewekt. Grote verzamelaars van Delfts aardewerk, onder wie Albert Evenepoel in Brussel, namen ze op in hun collecties.
Onderzoekers besteedden er daarentegen weinig aandacht aan. Slechts één tentoonstelling was volledig aan dit onderwerp gewijd, in Sint-Omaars in 1989. Het onderzoek richtte zich vooral op het identificeren van de prenten waarop de decoraties waren gebaseerd. De ambachtslieden, materialen en productietechnieken blijven grotendeels onderbelicht. Ook fysisch-chemische analyses zijn tot dusver slechts in beperkte mate uitgevoerd. Binnen de KMKG werden slechts enkele stukken grondig onderzocht.
DELFTPAINT wil deze lacunes helpen opvullen door de platen vanuit verschillende wetenschappelijke invalshoeken te bestuderen en ze in hun historische, artistieke en technische context te plaatsen.
Onderzoeksvragen
Het project DELFTPAINT richt zich op vijf centrale onderzoeksthema’s.
Productie en materialen. Hoe werden de platen gevormd, geglazuurd, beschilderd en gebakken? Welke grondstoffen en recepten werden gebruikt? Hoe evolueerden de technieken en materiaalsamenstellingen tussen 1640 en 1800, en tussen de verschillende productiecentra?
Werkplaatsen en schilders. Kunnen specifieke plateelbakkerijen, ateliers en schilders worden onderscheiden? Is het mogelijk de platen nauwkeuriger te dateren? Werden ze uitsluitend in de plateelbakkerijen beschilderd, of ook thuis door zelfstandige schilders? Het project besteedt bijzondere aandacht aan de rol van vrouwen, van wie de bijdrage aan deze productie tot dusver weinig zichtbaar is gebleven.
Modellen en inspiratiebronnen. Welke prenten, schilderijen en tekeningen dienden als voorbeeld voor de decoraties? Welke banden bestonden er tussen de schilders op faience en de kunstenaars die in Delft actief waren?
Gebruik en markt. Wie kocht deze platen en hoeveel kostten ze? Hoe werden ze in interieurs gepresenteerd, naast schilderijen en andere voorwerpen van aardewerk? Werden ze ook buiten de Republiek der Verenigde Nederlanden verspreid?
Smaak, verzamelen en authenticiteit. Hoe groeiden deze platen vanaf de 19de eeuw uit tot gegeerde verzamelobjecten, en welke waarde hechtten verzamelaars eraan? Welke criteria maken het mogelijk originele platen te onderscheiden van latere producties en imitaties?
Methodologie
DELFTPAINT combineert kunstgeschiedenis, techniekgeschiedenis, materiaalanalyse en cultuurgeschiedenis. Het onderzoek richt zich in de eerste plaats op de collectie van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. De platen worden vergeleken met objecten uit andere Europese collecties om ze te situeren binnen een breder netwerk van productie, verspreiding en gebruik.
Van elke plaat worden de vorm, afmetingen en technische kenmerken gedocumenteerd en wordt de conserveringstoestand geëvalueerd. Microscopisch onderzoek van productie- en decoratiesporen, beelden in hoge resolutie en 3D-modellen helpen de vormgeving en vervaardigingsprocessen in detail te bestuderen.
De keramische kleimassa's, glazuren en pigmenten worden onderzocht met verschillende niet-destructieve of microdestructieve analysetechnieken, waaronder micro-röntgenfluorescentie (μXRF), laserablatie gekoppeld aan massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma (LA-ICP-MS), Ramanspectrometrie en isotopenanalyse. Deze technieken helpen de gebruikte materialen en recepten te karakteriseren en hun variaties in tijd en ruimte te onderzoeken.
Daarnaast worden schriftelijke en visuele bronnen bestudeerd om meer inzicht te krijgen in de werkplaatsen, ambachtslieden, verspreiding, markt en receptie van de platen, en in hun relaties met andere kunstvormen.
Alle technische en historische gegevens worden samengebracht in een gestandaardiseerde databank die systematische vergelijkingen en kwantitatieve analyses mogelijk maakt.
Door deze verschillende onderzoeksmethoden te combineren, wil het project een onderbouwde typologie van de platen ontwikkelen, groepen van productie identificeren en deze objecten beter situeren binnen de materiële en visuele cultuur van het 17de- en 18de-eeuwse Europa.
Impact en verspreiding van de resultaten
Met zijn interdisciplinaire aanpak wil DELFTPAINT nieuwe inzichten opleveren in de faienceplaten uit de collectie van de KMKG en hun plaats binnen de keramiekproductie in de Nederlanden tijdens de 17de en 18de eeuw verduidelijken.
Het project zal nieuwe gegevens opleveren over productietechnieken, decoraties, materialen, werkplaatsen en ambachtslieden, maar ook over het gebruik, de verspreiding en de receptie van deze objecten, tot op vandaag. De combinatie van materiaaltechnisch en stilistisch onderzoek zal bijdragen aan een typologie van de platen, de identificatie van productiegroepen en de ontwikkeling van aangepaste conserveringsstrategieën.
De resultaten worden met verschillende doelgroepen gedeeld. Onderzoekers en erfgoedprofessionals kunnen kennismaken met de bevindingen via een studiedag en wetenschappelijke publicaties. Samenwerkingen rond onderwijs en praktijkgericht onderzoek brengen de resultaten ook onder de aandacht van studenten en jonge kunstenaars. Het brede publiek kan het project ontdekken via een tentoonstelling, een bijbehorende catalogus en de online ontsluiting van de collectie.
Deze initiatieven zullen de zichtbaarheid, kennis en erfgoedwaarde van de collectie versterken en haar wetenschappelijke betekenis zowel nationaal als internationaal onder de aandacht brengen.
Team
Dr. Valérie Montens, projectcoördinator en conservator van de Europese collecties keramiek, glas en glasramen bij de KMKG. Ze behaalde een doctoraat in de geschiedenis aan de Université libre de Bruxelles (ULB) en is gespecialiseerd in de Europese materiële cultuur en verzamelpraktijken.
Eliot Duran, onderzoeker bij de KMKG, kunsthistoricus (ULB) en amateurkeramist.
Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met Gaëlle Silvant, doctoraatsonderzoeker, en Dr. Alicia Van Ham-Meert, hoogleraar aan het Departement Aard- en Omgevingswetenschappen van de KU Leuven.
Begeleidingscommissie
Femke Diercks (Rijksmuseum, Amsterdam); Kate van Lookeren Campagne (Universiteit van Amsterdam); Jo Tollebeek (KU Leuven); Alicia Van Ham-Meert (KU Leuven); Joris Van Grieken (Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel).
Partner
Museum Prinsenhof Delft, in samenwerking met Dr. Esther van der Hoorn, conservator decoratieve kunsten.
Financiering
DELFTPAINT wordt gefinancierd door het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO), in het kader van het programma P4Science. Dit programma wil de wetenschappelijke expertise van de federale wetenschappelijke instellingen versterken door interdisciplinaire en transdisciplinaire samenwerking met andere instellingen te stimuleren.
Contact
Wil je meer weten over het project of in contact komen met het onderzoeksteam? Neem gerust contact met ons op.
Eliot Duran:e.duran@kmkg-mrah.be
Dr. Valérie Montens:v.montens@kmkg-mrah.be











